
Klik hier voor het laatste nieuws....
Ganzenbeheer
Ganzenbeheer is een nog jonge loot aan de stam van het agrarisch natuurbeheer. In 2005 werden voor het eerst landelijk ganzenfoerageergebieden aangewezen. Momenteel is in Nederland 80000 hectare land aangemerkt als ganzenfoerageergebied. De provincie Groningen omvat 5000 hectare, waarvan een aaneengesloten gebied van 1000 hectare in het Zuidelijk Westerkwartier ten noorden van het Leekstermeer.
Of men in de aangewezen gebieden een PSAN-contract voor ganzenbeheer afsluit is een vrijwillige zaak. In het Leekstermeergebied is 460 hectare gecontracteerd door 35 grondgebruikers. De overige 540 hectare is voor het grootste deel in eigendom van Staatsbosbeheer en het Groninger Landschap en heeft een niet-agrarische bestemming.
De verplichtingen bij een ganzenbeheerscontract hebben als doel overwinterende ganzen een gebied ter beschikking te stellen waar zij ongestoord kunnen rusten en foerageren. Dit houdt is dat:
- het gebied van 15 oktober tot 1 april als rustgebied voor ganzen wordt aangemerkt;
- er bij aanvang van deze periode voldoende gras voor de ganzen aanwezig is (minimaal 500 kg droge stof per hectare)
- er in deze periode beperkingen gelden voor de jacht;
- het gebied in de wintermaanden alleen extensief beweid mag worden.
Hoewel de ganzen zich tijdens hun verblijf te goed zullen doen aan het aanwezige gras, hoeft dit nog niet automatisch te leiden tot een groeiachterstand in het voorjaar. De ganzen zijn meestal maar tijdelijk aanwezig en gaan vaak al weer vroeg na de winter op trek, zodat het land voldoende tijd krijgt voor herstel. Is er op 1 april wel schade, dan wordt die opgenomen door een taxateur en krijgt de grondgebruiker naast de vaste beheersvergoeding een schadeuitkering.
Na een evaluatie van de praktijk van de afgelopen drie jaar is de ganzenbeheerregeling in 2008 landelijk aangepast. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan. De aanvankelijke regeling bevatte enkele onredelijke elementen die pas na grote druk van de kant van de boeren werden aangepast. De belangrijkste verbeteringen in de nieuwe regeling zijn:
- de maximale beheersvergoedingen zijn flink verhoogd: voor grasland naar Є808 per per hectare (met vaste vergoeding van Є118) en voor bouwland naar Є748 (met vaste vergoeding van Є73);
- er worden geen beperkingen meer opgelegd aan vruchtrotatie en gebruikerswisselingen gedurende de contractperiode.
Anders dan bij weidevogelbeheer en botanisch beheer is er bij het ganzenbeheer geen sprake van een resultaatverplichting. Daarvoor zijn de ganzen te beweeglijk en is de ganzentrek te onberekenbaar. De grondgebruiker moet voldoen aan de eisen die aan het foerageergebied worden gesteld, ongeacht of de ganzen er gebruik van maken.
De ganzen worden wel jaarlijks geteld in het kader van onderzoek naar de ontwikkeling van de ganzenpopulatie in Nederland. We kunnen daaruit opmaken dat de vogels niet enthousiast zijn over de natuurontwikkeling rond het Leekstermeer van de afgelopen jaren. Zij geven de voorkeur aan weidegebieden boven de verruigde landerijen die in beheer zijn bij de grote terreinbeheerders Staatsbosbeheer en het Groninger Landschap. De betekenis van de omgeving rond het Leekstermeer als ganzenfoerageergebied komt daardoor onder druk te staan.
Een ander probleem dat in het ganzenbeheer aandacht vraagt is het toenemend aantal overzomerende ganzen. Het betreft een gemengd gezelschap van wilde ganzen die niet de moeite nemen af te reizen naar hun noordelijke broedplaatsen, zogenaamde soepganzen (verwilderde boerderijganzen) en exoten zoals Nijlganzen en Canadeze ganzen, die onder elkaar driftig kruisen en zo een tegennatuurlijke situatie scheppen. Waar hun aantallen toenemen vormen ze een bedreiging voor de weidevogels en elders in Nederland is ook al aanzienlijke schade gemeld aan gewassen.
De meest voorkomende gans in ons gebied is de Grauwe Gans. In mindere mate komen voor de Kolgans en de Brandgans. Ganzenbeheer is in ons land nog betrekkelijk nieuw en er is nog maar weinig ervaring mee opgedaan. De komende jaren zullen moeten uitwijzen of de inspanningen en het geld dat er mee gemoeid is, resultaten afwerpt en of zowel de ganzen als de grondgebruikers gebaat zijn bij deze praktijk.

